Twee onderduikbaby's |
Twee onderduikbaby's van Spoorsingel 28 zijn terecht
door Trudy van der Wees
DELFT - Rob Hompes is terecht. Ook het meisje met het klompvoetje dat
een onderduikadres vond aan de Hugo de Grootstraat 25 heeft de oorlog
overleefd. Dat is de - magere, maar hoopgevende - oogst, een week na publicatie
van het artikel in deze krant over het doorgangshuis aan de Spoorsingel
28. Margreet Chardon, de bijna tachtigjarige zuster van de Delftse verzetstrijder
Kees Chardon, vertelde daarin dat ze graag wil weten hoe het is afgelopen
met de vele joden die door haar broer zijn geholpen. Hompes heeft de oorlog
overleefd en woont in Wassenaar. Hij is graag bereid Margreet Chardon
te ontmoeten. "Dat is het minste wat ik kan doen. Ik heb mijn leven
aan haar broer te danken.".
De identiteit van het meisje met het klompvoetje, dat Chardon zich herinnerde,
is inmiddels bekend. Het gaat om Sara Dresden, ook wel bekend als Sonja
Dresden. Zij is de dochter van Samuel (Sem) Dresden en Racheltje (Koosje)
Levit. Kort na de geboorte van Sara, in januari 1943, werden Sem, Koosje
en een kind uit Koosje's eerdere huwelijk opgepakt en naar Westerbork
overgebracht. De zes weken oude baby werd bij de buren achtergelaten.
Deze vonden de situatie te gevaarlijk worden en stuurden een verzoek aan
Sara's oom Mozes in Dokkum, om haar te komen halen. Oom Mo en tante Martje
waren bevriend met het predikantengezin Wrevel in Dokkum. Zij hadden op
hun beurt een huishoudster, juffrouw Steenbergen, die in het verzet zat.
Via haar vroeg Oom Mo de Amsterdamse buren nog even geduld te hebben.
Intussen werd gezocht naar een oplossing. Opvangen in Dokkum was lastig.
Het predikantenechtpaar had naast hun eigen dochter en pasgeboren zoon
al vijf onderduikers in huis. Dat werd te gevaarlijk
en te duur. De Amsterdamse buren wilden echter van het joodse kind af
en brachten het naar de Amsterdamse Joodsche Crèche, tegenover
de Hollandsche Schouwburg. Ongeveer 600 kinderen zijn door het verzet
- o.a. juffrouw Steenbergen - uit die crèche weggesmokkeld naar
onderuikadressen. Sara was een van hen. Het meisje werd eerst ondergebracht
in de Wieringermeer. Daarna kwam ze via Kees Chardon bij Willem Venselaar
in Delft terecht. Daar heeft ze haar verdere jeugd doorgebracht,
want haar ouders keerden niet terug. Haar pleegouders lieten haar rooms-katholiek
dopen: Maria Jozina Wilhelmina Antonia Francisca Helena. Roepnaam: Sonja.
Ze overleefde de oorlog en stichtte een eigen gezin. Waar ze nu woont
is niet bekend.
#
© Wegener.NV 2005>
|