E e n T i j d l i j n v a n W o u d s e n d
1337 De tijd van mannen die elkaar, hoog te paard gezeten, bestreden in hun ijzeren harnassen. Woudsend bestaat nog niet, maar zal binnen afzienbare tijd z'n plekje op de op de landkaart veroveren.
De orde van de Karmelieten, ooit gesticht door een aantal kluizenaars, die aan het begin van de 13e eeuw leefden in het Karmelgebergte - in het huidige Israël -, bestond uit een groep religieuze mannen en vrouwen, geïnspireerd door de profeet Elia.
In 1337 brandt het door hun volgelingen opgerichte Karmelieten klooster, gelegen in de Zuidwesthoek van Friesland, af. Herbouw vindt snel plaats en is al in 1339 weer voltooid. (9)
Uit deze nederzetting ontstaat later het dorp Woudsend, dat je ook tegenkomt als Woltsend, WoldsEind, WoldsEndt en - in het oud-Fries - Waulseyndra. (9)
1384 Het Woudsender klooster telt 12 paters, 5 toekomstige priesters en 2 lekebroeders. (18)
Er staan rond deze tijd twee stinsen ('versterkte huizen'), één van Wybrich Jarichs uit Akkrum en de ander van Bokke Harinxma uit Sneek. Ze houden er roofridder-allures op na, want schippers klagen dat ze last van ze hebben als ze de waterweg van Sneek naar Lemmer bevaren, die langs Woudsend loopt. (18)
1490 Het klooster heeft veel te lijden van overstromingen, maar wordt telkens snel her-steld. Later komt het tot grote bloei, zodanig zelfs, dat het - o.a. met verlof van de Utrechtse Bisschop - goederen kan afstaan om daarmee een zusterklooster in IJlst te stichten. (9)
1504 Eigenlijk hebben alleen steden er recht op, maar - alsof men zich eigenmachtig stadsrechten heeft aangemeten - er prijkt toch een fraaie waag in Woudsend. Hij is zelfs uitdagend voorzien van een gevelsteen, met balans en schalen. De Hertog van Saksen maakt op verzoek van Stad Sneek in 1504 het ongenoegen hier over schriftelijk duidelijk en geeft het bevel de waag te sluiten.
De dorpelingen trekken zich er niets van aan en laten het gebouw - gelegen aan de westkant van de Burenstraat - gewoon staan. Stadsrechten heeft Woudsend nooit gekregen, maar het werd wel een bijzonder stads dorp.
1523 Bourgondiërs, onder leiding van Jan van Wassenaar en Schenck laten in het Woudsender klooster een blokhuis met een goede versterking bouwen. Het opper-bevel wordt toevertrouwd aan Jonkheer Douwe van Burmania, met als doel de Gelderse troepen, die in Sloten en Lemmer gelegerd zijn, hun strooptochten te beletten. De nonnen moeten tijdelijk het veld ruimen. (9)
1564 In Ypecolsga wordt in 1531 Frieslands eerste Jezuïet, Anske Bokkes Bruinsma ge-boren. In 1564 komt hij naar Woudsend, waar hij een Latijnse school sticht, die hij vestigt in het inmiddels dunbevolkte Karmelietenklooster.
Wegens een tekort aan animo verplaatst hij zijn lessen later naar IJlst.
1572 Het klooster staat er nog, maar op 16 augustus wordt de laatste non verjaagd door ''den Kapitein der Watergeuzen Jan Bonga, die daags te voren met zijn volk te Slooten was aangekomen.'' (9)
1580 Het katholieke geloof, maakt langzamerhand plaats voor protestantisme.
1594 De laatste abt geniet tot dit jaar nog de inkomsten van de schamele bezittingen van het klooster: wat rente, drie huissteden en een 10 pondemaat land, dat weinig of niets opbracht. Het klooster wordt weer een 'vesting' en gaat dienen als een bescherming tegen het steeds dreigende gevaar van een Spaanse inval van Steenwijk uit.
De kloosterkerk gaat men gebruiken voor de verkondiging van het Evangelie in de Calvinistische 'nije leer'. (18)
1597 Dit jaar is de eerste officiële predikant aanstelling een feit. Die eer valt te beurt aan Melchior Clant, wiens vader éérst pastoor was en later dominee werd. (18)
1609 Duco Hijlconides (doordeweeks Dooitze Hylkes), vervult hetzelfde ambt en zal dit doen tot 1636. Hij houdt waarschijnlijk zijn diensten in het voormalige karmelie-ten klooster 'Woltseinde'.
1622 Volgens de Kroniek van Friesland van Winsemius, zijn er drie dorpen in de griete-nij Wymbritseradeel die een jaarmarkt mogen houden. Dat zijn Nijland, Gauw en Woudsend. In Woudsend vindt de markt plaats op 29 september, Sint Michielsdag, de naamdag van de patroon van het middeleeuwse Karmelieten klooster en de parochiekerk.
Hierin ook de vermelding dat Woudsend 'de gerechtigheyt van een boterwage ende Windmeulen' heeft, waaruit blijkt dat de halsstarrigheid van de dorpelingen kennelijk z'n vruchten heeft afgeworpen. Het waagrecht is verkregen. In later jaren (ca. 1850) komt het gebouw in privé-bezit en wordt dan het Oude-Heeren-Loogement genoemd. (9)
1636 Duco Hijlconides en zijn vrouw Gees Jansdr. sterven aan de pest en worden te Smallebrugge begraven. (18)
De als opvolger aangezochte dominee meldt zich en zal hier tot 1643 staan. Hij maakt van dezelfde ruimte gebruik om te 'kerken' als zijn voorganger. Zijn naam luidt Jacobus Holterus.
1643 Na predikant Holterus is Wijbrandus A. Sjamburgh hier voorganger.
1647 Duco Burmania wordt Grietman over Wymbritseradeel.
1660 Op de resten van het oude klooster wordt - onder het toeziend oog van Ds. Sjamburg - een nieuwe kerk gebouwd. De eerste steen wordt gelegd door Duco Burmania, 4-jarige zoon van de Grietman. Boven de ingang staan de wapens van de families Burmania en Juckema, met daaronder dit versje:
Cum Duco major Burmania, rexerut anno:
Praeturam tredecim, tune sacra structa somus.
Filius en Duco junior, cui quatuor anni
Is primum laterum fundat et aptat opus.
Huie Eduarda fuit de stemmata Juckama mater,
Progeniem claram Cambur ab arce gerens.
(Toen Duco Burmania, de oude, dertien jaren Grietman was geweest, is dit heilig huis gebouwd. Duco de Jonge, zijn zoon, vier jaren oud, legde de eerste steen en bereidde het werk toe; de moeder van deze laatste was Eduarda, uit de stam van Juckama, een beroemd geslacht, dat het slot Cammingha tot stamhuis had). (9)
1671 Als Grietman van Wymbritseradeel wordt Siuck Gerrolt Juckema van Burmania aangesteld, die dit ambt tot 1716 zal vervullen.
Dominee W.A. Sjamburg overlijdt op 15 april 1671 en zijn echtgenote IJmkjen Hoites sterft een paar dagen later op de 19e. Zij worden in de nieuwe, in 1660 gebouwde kerk begraven.
1672 Van 1672 tot 1679 zwaait Regnerus Meilema de religieuze scepter over de protestantse gelovigen, die van 1679 tot 1682 wordt toevertrouwd aan Arnoldus Landreben.
Van 1682 tot 1690 zijn de preekbeurten voorbehouden aan Lollius Algera, in 1690 gevolgd door Paulus Iconius, die zijn taak slechts 2 jaar uitoefent.
1682 Arjen Klazes wordt - waarschijnlijk de eerste - voorganger van de plaatselijke Doopsgezinde Gemeente. (9)
1685 Is het jaartal op de gevelsteen aan de boterwaag, zoals die in 1723 getekend werd door J. Stellingwerf, en als opschrift 'Det Is Den Olde Buetter Waeg Van Older AfCoemst' had. Daarmee is deze tekening mogelijk een afbeelding van de tweede boterwaag die hier is geplaatst.
1686-1688 Vervolging van de Katholieken in Friesland. Pastoor Ulricus Zwaga, die in 1673 als eerste 'Wereldheer' naar Woudsend was gekomen, wordt gevangen genomen en van hier verbannen. Na zijn terugkeer woont hij in dit dorp, waar hij in 1709 sterft. (10)
1690 Ongeveer vanaf deze tijd, het laatste deel van de 17e eeuw, neemt korenmolen Het Lam een prominente plaats in, in het dorpsbeeld van Woudsend. Later zullen Jelle Cornelis Hollander en zijn vrouw Haentzen Jurjens Nauta de eigenaars zijn.
1692 Dominee Rinso Haanstra treedt in dienst als 'kerken-dienaer' van de protestantse gemeenschap, waar hij liefdevol terzijde wordt gestaan door zijn 'huijsvrouw' Riemke Douwes Hoitinga. Pas in 1744 zal Rinso de gemeente door zijn dood verlaten. Hij heeft dan 52 jaar zijn diensten verricht en is voor zover ik weet de langst zittende - zo je wilt staande - dominee van Woudsend.
1696 Uit Sloten komen Mr. Chirurgijn Dirck Dirksen Nauta en 'sijn wijf Crelisje Martens' de gelederen versterken.
1698 Schoolmeester Eelke Tjeerds pikt het niet dat er over hem geroddeld wordt. Hij spreekt tegen dat hij dronken is geweest en gaat daarom verhaal halen via het kerkbestuur.
De vermeende kwaadspreekster wordt ook uitgenodigd, maar zegt van niets te weten. Ze spreken af dat ze in voorkomende gevallen niet meer de 'kerken-raet' hun onenigheden zal laten oplossen, maar 'naer aen malcanderen sulx bekent te maken' en het in de toekomst onderling uit te vechten. Daarna is het probleem uit de wereld en wordt de goede afloop met een handdruk bezegeld.
1705 De Spaanse Successieoorlog woedt en op zee wemelt het van de kapers. Een aantal heren, afkomstig uit Woudsend, Heeg en de Hommerts, bedenken een manier om de risico's van schade zoveel mogelijk te beperken. Zij vinden elkaar in 'het compact' - een soort verzekering op onderlinge basis -, dat op 23 februari wordt opgericht.
De gemeente heeft intussen mee gerouwd om de dood van de vrouw van Rinso Haanstra, de dominee. Inmiddels vond hij nieuw geluk bij Luschjen Pitters Etringa 'komende van Mackinga', wiens attestatie in 1705 door de 'kercken-raet' wordt goedgekeurd.
1718 Medicus Ambrosius van de Venne, afkomstig van Mackum, toont de 'kercken-raet' zijn attestatie.
1719 Houtzaagmolen 'De Jager' wordt gebouwd door Jelle Jurjens Nauta (zwager van de molenaar van Het Lam) en zijn vrouw Grietje Dirks. Hij krijgt -vanwege de uitstekende kwaliteit hout die hij levert - de bijnaam Jelle Zoethout, een naam die een deel van zijn nazaten met trots blijvend zal dragen.
1721 De derde vrouw van de dominee, Tatske Dirx Roda uit Sneek, laat haar attestatie door de kerkenraad goedkeuren.
1744 Dominee Rinso Haanstra sterft en na zijn dood wordt de taak van herder overgenomen door Petrus Theodorus Couperus. Die kiest in 1765 Gouda als nieuwe standplaats.
Mevrouw Couperus is dan inmiddels overleden, getuige een grafsteen die in de kerk werd gevonden: 'Den 10 April 1752 stierf de Jufvrouw Anna Maria Felcoma, huisvrouw van Ds. F. Couperus V.D.M. te Woudsend en leidt alhier begraven.'
1749 Het Quotisatiecohier wordt aangelegd. Een soort belasting waarvoor het o.a. nodig is de gezinssamenstelling te kennen. De bevolking van Woudsend blijkt te bestaan uit 230 gezinshoofden en 'persoanen alline', bij elkaar goed voor 515 gezinsleden boven, en 219 onder de 12 jaar. Samen dus 734 dorpelingen.
Ondanks het feit dat ze er veel tijd en moeite in hadden gestoken, wordt deze belastingmaatregel in 1750 alweer ingetrokken.
1753 Omdat er in de kerk steeds onenigheid is over wie er op welke plaats mag zitten, stelt de gezagdragende Heer van Burmania Rengers daarover regels vast, waarbij - om 'disputen' te voorkomen - er met ingang van 1 januari stoelgeld betaald dient te worden.
1755 Van Burmania Rengers is de Dijkgraaf en tevens Grietman over Wymbritseradeel, de grietenij waar Woudsend onder valt. Deze Hoog Welgeboren heer, 'ingesien hebbende de nootsakelijkheit dat den dorpe wierde voorsien met een Goede en bequaame Brandspuyt' stelt daarvoor de 'Reglement weegens De Brandspuyt in den Dorpe Wouds:End' op, waar iedereen zich aan zal moeten houden.
1756 De oorlog tussen Frankrijk en Engeland (1756-1763) zorgt er voor dat de vele koopvaarders en reders die hier thuishoren kapitalen verdienen. Later zou Engeland een uiterst onbetrouwbare partner blijken, waardoor sommige mensen juist weer enorme verliezen leden.
1760 Woudsend - als dorp - bloeit en groeit. Er wordt aan uitbreiding gedacht aan de oostzijde van de Ee. Over dit grondgebied ontstaat een grenskwestie tussen Wymbritseradeel en de naastliggende Grietenij Doniawerstal
1763 Er zijn aanwijzingen dat op dezelfde plek - aan de N.O. kant van het dorp, op de hoek van Welle en Ee -, al eerder een zaagschuur stond, maar aangenomen wordt dat in dit jaar houzaagmolen De Hoop gebouwd wordt.
De eerste steen, die een versje bevat, wordt gelegd door de 2 zonen van de eigenaar. Het rijmpje luidt: ''Dees twee jongelingen, te zaam gemeen, Die laagen hier de eerste steen. Kinderen van den eigenaar. Die van dit huis de stigter waar''. (www.xs4all.nl/-jozo)
1765 In de komende jaren is het verloop onder de kerkelijke dienaren vrij groot. Daarom in hoog tempo: In 1765 komt Bartout van de Feen, die in 1768 naar Heerenveen afreist. Dan arriveert Abraham Bruining, die in 1770 een beroep in Bergschenhoek aanvaardt. Vervolgens is Enno Rijpma aan de beurt, die in 1772 naar Finallingore vertrekt. Hij wordt opgevolgd door Adam Lentsz., die al in 1773 naar IJsbregtum verhuisd. Bernardus Ronner is vanaf dat moment de plaatselijke dominee, tot hij in 1785 wordt overgeplaatst naar Wanneperveen.
1775 'Door de schaarsheid van onderhoud', besluiten de Dorpsvoogden 'tot onder-steuning van de Dorps armen te Woudsend' hen bij te staan in hun ellende en stellen de 'Articulen van t merkgelt' op. De bezoekende marktkooplui worden geacht een bedrag voor hun standplaats te betalen. De gelden zullen aangewend worden voor hulp aan de armen.
1778 Het dorp is een Chirurgijn en Vroedmeester rijk, die de naam ReinierBornema draagt. Hij presteert het Jan Hessels, zoon van schipper Hessel Jans, 'uit het water van de grond af te vissen'. Die wordt voor dood 'in huis gedragen', maar de drenkeling is dankzij de assistentie van genoemde arts en de 'goede hulpe en aangewende moeite weederom vollen bij zig zelven gekomen.'
Volgens een publicatie van 10 januari 1769 verwerft de Chirurgijn zich daarmee het recht een premie van zes gouden Ducaten te ontvangen, waartoe de Procureur Fiscaal Frans Borgrink in 1778 een verzoek indient.
1783 Onder boekhouderschap van Hylke Ages Tromp, wordt de uitsluitend op de zeescheepvaart betrekking hebbende 'Zee-Assurantie' opgericht, ook wel het 'Woudsender Compact' genoemd.
1785 Tjaard Reneman is de volgende in het rijtje dominees. Hij vervult zijn functie, tot hij in 1793 zijn beroep gaat uitoefenen in Hindeloopen. Zijn post in Woudsend wordt vanaf dat moment ingevuld door Cornelis Nieveen, die dat zal doen tot 1797, wanneer hij naar Rouveen vertrekt.
1786 Op 25 februari wordt in het dorp Tiete Solkes Tromp geboren. Hij zou uitgroeien tot 'Vice-President van het Provinciaal Geregtshof van Friesland en lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal.' (9)
1792 Het schip van de Rooms Katholieke 'skûltsjerke' wordt geplaatst. De torenpartij zou er in 1933 aangebouwd worden. (10)
De uit Den Haag afkomstge Chirurgisch Magister en Vroedheer Cornelis Mostman, getrouwd met Janke Piebes Sipma, verschijnt op 24 juni ten tonele om het dorp te dienen.
1795 Voorstanders van de komst van de Fransen, die Vrijheid, Gelijkheid en Broeder-schap in het vooruitzicht stellen, richten een gewapend Burgercorps op. Er wordt een vrijheidsboom geplant en ze vieren - voorzien van trommen, violen en fluiten - het feest der Bataafsche Vrijheid, waarbij ze ondermeer toasten op 'Vrede en eendracht over de gansche aarde.'
1797 Cornelis v.d. Velde vervult vanaf nu de taak van prediker en zal dit voor een lange periode doen. Ondanks het feit dat hij in 1795 in zijn standplaats Nijkerk was afgezet wegens oranjegezindheid (18), krijgt hij in 1797 zijn vaste aanstelling en wordt pas in 1827 overgeplaatst naar Haarlem.
Kunstschilder Otto de Boer wordt op 11 juli van dit jaar in Woudsend geboren. Onder de plaatselijke bevolking krijgt hij vooral veel bewondering dankzij zijn altaarstukken, geplaatst in de aan de Heilige Michael gewijde Rooms Katholieke Kerk van het dorp. Van deze drie stukken geven de kunstkenners de voorkeur aan het werk, voorstellende de 'Opwekking van Lazarus'. (9)
Op 8 november wordt er door de Stemgeregtigde Burgers gestemd over een 'Nieuwe Schoolmeester in Gedagte Dorpe'. De voorkeur gaat uit naar Frederik Idzerda, die tot dat moment die functie vervult in Heeg. Hij wordt met een meer-derheid van stemmen gekozen.
1798 De 'geregte of Raad der Gemeente Wymbritzeradeel' gaat accoord met de benoeming van Frederik Idzerda als schoolmeester. Hij volgt zijn inmiddels overleden vader Aaldert Idzerda op, die vele jaren zijn taak in het dorp, als een 'Waar Patriot en Getrouw Burger tot genoegen der Ingezeetenen heeft waarge-nomen.'
1803 Cornelis Martensz. de Koe, geboren in Woudsend, vangt zijn taak als Chirurgijn en Vroedheer aan. Daarvóór werkte hij in 'den Dorpe Heeg.'
1804 Het 'wagenpark' van de circa 950 zielen tellende dorpsgemeenschap bestaat op 12 mei 1804 uit 7 ''jagten'', die allemaal 22 of 23 voet lang zijn. Eén van de trotse eigenaars van een ''Plaijzier Jagt'' is de plaatselijke Chirurgijn Cornelis de Koe. Verder is er een Overdekte Wagen met twee paarden, in eigendom bij Wieger Annes Visser en tenslotte is Solke Walles de gelukkige bezitter van een Chaise met 1 paard.
1805 Chirurgijn en Vroedheer Cornelis Mostman verlaat Woudsend met als bestem-ming Alblasserdam.
1811 Schoolonderwijzer Frederik Idzerda is helaas overleden en er dient te worden uitgekeken naar vervanging. De ''Baljuw, benevens het Gemeente Bestuur van Wijmbritseradeel dienen daartoe in de Louwmaand (januari) een verzoek in aan den Schoolopziener van het 3e District''.
Volgens Napoleons' Keizerlijk Decreet van 18 augustus, moeten alle burgers zich voorzien van een zelf gekozen achternaam. Hun keuzes worden vastgelegd in de akten van naamsaanneming.
De dorpen Gauw, Heeg en Woudsend houden nog steeds een jaarmarkt of kermis. Die van de laatste moet als de belangrijkste worden gezien.
1812 De kroegbazen van Woudsend zitten er niet mee om - zeker op Zon- en Feestdagen - ''des nagts'' te tappen.
De Maire van de Gemeente is kennelijk door schade en schande wijs geworden, want ''de ondervinding heeft geleerd dat daar door niet zelden veele ongeregeld-heden, en Straatschenderijen worden veroorzaakt''.
Er wordt een ''Reglement van Policie houdende verbod van Tappen, het zetten van gelagen etc. in de Gemeente Woudsend'' uitgevaardigd, waarin het de waard niet langer is toegestaan ''s'avonds na Tien uren enig gelag te zetten''. Verder is het de bezoekers verboden na die tijd de herbergier ''te zoeken te bewegen, veel min te dwingen, om te Tappen''.
1814 De Schout van het dorp, de heer S. Sybes, stelt het ''Reglement op het begraven der lijken'' op, waarin hij iedere ''naaste buur'' van een overledene verplicht het lijk af te leggen, op de dag van de begrafenis het graf te delven en later te dichten.
1816 Op 1 mei 1816 richt men de Onderlinge Brandwaarborg Maatschappij van Woudsend op. Dhr. Sybesma stelt men aan als directeur/boekhouder en tot boekhouder wordt Dhr. A.H. Tromp aangezocht. Na de dood van de eerste, volgt de heer Tromp hem op als directeur.
1818 Vroedheer- en Chirurgijn Cornelis de Koe injecteert 200 personen met de koe-pokken, om zo de menselijke pokken buiten de deur te houden. Meer dan 100 Woudsenders geeft hij de injectie gratis.
1823 Er vindt een ''hardrijderij op de schaats'' plaats, waarvoor zich 99 enthousias-telingen hebben ingeschreven. Bij die gelegenheid bezoeken enkele duizenden toeschouwers het dorp.
1825 Een vreselijke watervloed teistert de kuststreken van de Zuiderzee. In Woudsend verdrinken 17 personen.
1826 Aan de overstromingen en aan de gevolgen van deze watersnood, sterven in totaal ongeveer 4000 mensen, waarvan in Woudsend een achtste deel van de 980 zielen tellende gemeenschap. Daarmee is het één van de zwaarst getroffen dorpen.
1829 De van Reewijk (in de buurt van Gouda) afkomstige Evert Jacob van Wesel, start zijn loopbaan als Woudsender dominee.
1830 Friesland heeft ca. 205.000 inwoners, waarvan het overgrote deel protestant en ongeveer 18.500 rooms-katholiek is. Tijdens de Belgische opstand van dit jaar, voelen veel rooms-katholieken zich verwant aan hun Zuid-Nederlandse geloofs-genoten, die zich willen afscheiden van Noordelijk (protestant) Nederland.
Op 28 augustus lucht een Woudsender korenmolenaar - katholiek en tevens sympathiserend met de opstand - zijn hart in het plaatselijke koffiehuis. Tegenstanders brieven deze actie door, waardoor dit muisje een staartje krijgt tot bij het Hooggerechtshof in Den Haag aan toe. Tot 31 augustus duurt de onrust in het dorp voort, waarna men meldt: ''thans is alles wederom in rust''.
1835 Er wordt op 4 september een departement van de maatschappij ''Tot Nut van 't Algemeen'' opgericht, dat 16 leden telt. (9)
1836 De oude kerk wordt afgebroken, omdat hij door verzakking onbruikbaar is geworden. Daarbij worden een aantal grafstenen gevonden. Twee voorbeelden:
''Den 20 Maart 1687 sturf den eerbaren DOED FRANSINS, out omtrent 73 jaren, en legt alhier begraven'' en ''Den 17 October 1677 sturf de eerzame JETSE WOPKES DE GEEST, out omtrent 74 jaren, en leit alhier begraven''.
Bij de voorbereidingen van de bouw van de nieuwe kerk, vindt men ''omstreeks 2 ellen onder den grond, onderscheidene graauw aarden kruikjes en riemschoenen, die verzonden zijn aan het Friesch Genootschap van Geschied- en Oudheid-kunde; waarschijnlijk waren dit drinkvaten der geestelijken van het genoemde klooster'', op wiens fundamenten de oude kerk in 1660 was gebouwd.
1837 De nieuwe kerk is klaar en zal op17 december worden ingewijd. Het gebouw is mede tot stand gekomen dankzij de steun van de leden van de Hervormde Gemeente, ''die door hunne weldadigheid en hunnen goeden wil hebben medegewerkt tot stichting van het nieuwe kerkgebouw''. (Pb21138)
De kerk is opgericht in “klassisistische stijl en heeft een uitmuntend orgel en eenen koepeltoren op vrij hooge kolommen en is van de klok en uurwerk voorzien''. (9) Dit staat nog steeds boven de deur te lezen:
''Anno Domini MDCCCXXXVII de XXXI Mei werd
de eerste steen van dit kerkgebouw met koepel-
toren gelegd door Jhr. Bernhard Egbert Sjuck,
oudste, elfjarige zoon van de grietman van Wijm-
britseradeel, den Hoogwelgeboren Heer Mr. Sjuck
van Welderen Baron Rengers en Vrouwe Wilhel-
mina Maria van Beek Calkoen.''
1839 Jan de Liefde uit Haarlem treedt aan als doopsgezind predikant. Later zou hij de stichter worden van de Vrije Evangelische Kerk. Uit zijn evangelisatiewerk ontstond ook de Nederlandse Baptistenkerk. (10)
1840 Er wordt een nieuwe rederij van kofschepen opgericht. Kennelijk is het aandelen-pakket zelfs voor Willem I interessant, ofwel wilde hij - zo was wel zijn instelling - vernieuwende zaken stimuleren. Hoe dan ook, hij kocht 16 aandelen van ieder 500 gulden.
1849 ''Er bestond nog onlangs eene aanzienlijke reederij voor kof- en andere schepen, behoorende er, op 1 Januarij 1849, nog 12 zeeschepen hier thuis, doch deze reederij is dezer dagen weder ontbonden en de schepen zijn verkocht''. (9)
Het houden van een jaarmarkt is nog altijd voorbehouden aan het dorp. Dat geldt ook voor Heeg en Nijland. In Woudsend staat daarnaast een vleeshal. (9)
Er zijn 970 Hervormde gelovigen, 55 Doopsgezinden en 300 Rooms Katholieken. (9)
De dorpsschool wordt gemiddeld door 180 leerlingen bezocht. (9)
1858 ''Laan'' naar de straatweg ontsloten. Tegelijk verliest Woudsend industrie, handel en ''Grote Vaart''. (10)
1861 Op 16 januari wordt er een hardrijderij op de schaats uitgeschreven, die plaats vindt op de Noorder Ee. Er melden zich maar liefst 78 liefhebbers. Ter bestrijding van de kosten, gaat men in Woudsend en in de omliggende dorpen met lijsten rond, wat een bedrag van fl. 107,25 oplevert.
Dankzij dit succes, richt men in het najaar de IJsvereniging Woudsend op. Er wordt besloten de fl. 25,-- die na de eerste geslaagde wedstrijd overblijft onder de armen te verdelen. Zij krijgen een poosje een kwartje per maand extra.
1864 Van half augustus 1864, tot eind februari 1865, heerst er een pokkenepidemie in het dorp, die 21 doden eist.
1866 Er waart een cholera-epidemie rond in ons land. Ook Woudsend krijgt van regeringswege aanwijzingen en tips hoe ze voor haar burgers de schade zoveel mogelijk kan beperken.
Eén van de verhelderende adviezen luidt ''eene teug water te nemen, waarin Gij eenige druppels verdund zoutzuur hebt opgelost, 4 tot 5 druppels op een bierglas vol water''.
1867 Op 12 juli wordt de Christelijk school geopend, waar de eerste 29 leerlingen al voor staan ingeschreven. Zij krijgen chocolade, koek en krakelingen en de 50 leden en genodigden begeven zich naar de bovenzaal, waar ze ''op liefelijke wijze tot laat in de avond samen waren''. (18)
1870 Het Hoofd van de plaatselijke Christelijke school is de pal aan de Ee woonachtige meester Poolmeijer. Wegens onmin met het bestuur, zal zijn educatieve werk maar van korte duur zijn.
1887 Door verschil van mening op zwaarwegende details, scheidt de Gereformeerde Kerk in Nederland zich af van de Nederlands Hervormde Kerk. Ook in Woudsend wordt deze doleantie doorgevoerd en in 1888 staat er al een Gereformeerde noodkerk. (10)
1892 Er komt geen enkel vat boter meer naar de waag. Zuivelfabrieken in de omgeving hebben ervoor gezorgd dat de botermarkt is verdwenen.
1901 In Woudsend wil men ook wat in de melk te brokkelen hebben en wordt de Coöperatieve zuivelfabriek opgericht. (10)
1904 De Waag wordt opgeheven. (10)
1912 De Gereformeerden kijken tevreden toe bij de bouw van hun eigen kerkgebouw. (10)
Woudsend deelt mee in de vaart der volkeren en krijgt via de Coöp. Electriciteits Centrale electrische straatverlichting. Daarvoor stonden er hier en daar petroleum straatlantaarns.(10)
1914 Tijdens de eerste Wereldoorlog zijn er soldaten ingekwartierd bij de plaatselijke herberg, waar de Groninger Reitsma en zijn vrouw de dienst uitmaken.
1929 Na 1929 groeit de Woudsender verzekeringsmaatschappij uit van louter brand-waarborgmaatschappij tot allround schadeverzekeringsmaatschappij. De premie-inkomsten bedragen in 1929 fl. 664.000,-- die in 1958 uitgegroeid zijn naar rond de 6 miljoen gulden per jaar.
1958 Het dorp telt 1050 zielen, heeft een behoorlijk middenstand, een paar industrietjes en de grote verzekeringsmaatschappij "Woudsend", waarbij 125 mensen emplooi vinden. Verder leeft men van wat visserij, werk bij de omwonende boeren en andere seizoenarbeid. Er staan twee scholen - een protestants christelijke en een rooms katholieke - en herbergt verder een aantal cafés en een verenigingslokaal.
Burgemeester van Wymbritseradeel is J. van Hout. Vroeger zou je hem Grietman genoemd hebben.
Woudsend ''bezit imposante koopmanshuizen en een fors aantal stegen. Weer iets, dat aan een stadje doet denken! En dan nog de mentaliteit en de spraak van de (honkvaste) bevolking: anders, "forser"dan men in de Zuidwesthoek gewend is. Uit dit alles blijkt de bijzondere plaats, die het dorp in de vroegere samenleving innam.'' (15)
Over een aantal van de hierboven genoemde onderwerpen kun je uitgebreider lezen in de Verhalende Stamreeks van Hessel Hiddeszoon de Koe (De Koe I).
In de Cultuur Historische Wandelroute van Woudsend (VVV Woudsend) hebben samenstellers Hans van Veen en Hans Kooij een dergelijk ''kort overzicht van de geschiedenis van Woudsend en de Woudsender Kerken'' vermeld, waaruit de gegevens zijn overgenomen, die als bronvermel-ding (10) hebben meegekregen.
Het Tijdlijn-idee met toevoeging van mindere- dan hoofdzaken kwam ik als eerste tegen bij Gerben Kazimier. Ik heb het, met zijn toestemming, met veel plezier en in dank geadopteerd. Zijn website is www.schellinkhout.nl
Deze pagina is onderdeel van de genealogische site www.genpage.nl
© Copyright Lydia Hoogland